Kunstwijk

De “Kunstwijk“ werd in 1967 opgericht en “bevordert de levendigheid, het behoud, het herstel en de bouwkundige hoedanigheid van Brussel”, meer bepaald van het hoger gelegen deel van het stadscentrum.

Haar omtrek is vastomlijnd door de lanen van de kleine ring en van de Noord-Zuid verbinding, van aan de Kruidtuin tot aan het Justitiepaleis.

De Kunstwijk is het oudste wijkcomité van Brussel. Een handjevol verliefden van Brussel, waren zo geschokt door de sloop van tal van oude gebouwen dat zij zich mobiliseerden om hiertegen te reageren.  Destijds werd menige afbraak immers ingegeven door het oprukkend modernisme en door de toenemende internationalisering van de stad in het zog van de Wereldtentoonstelling van 1958.  

Hotel d’Ursel, het Volkshuis gebouwd door Victor Horta en de oude tuin van de Kunstberg werden gesloopt; de RTT had een enorm bouwwerk onderaan de Zavel gebouwd; op de Waterloolaan waren vijf andere torens voorzien naast die van de Hilton, de hospice Pachéco werd bedreigd …

De Kunstwijk vindt haar oorsprong in een artikel van Jean Tordeur in Le Soir van 21 april 1966, getiteld « Pleidooi voor een Brusselse zone van musea en architecturale sites ».  Dit artikel ging in tegen de algemene ambitie om de stad te “moderniseren” en daarbij oude weefsels uit te roeien.  We citeren: “Ten minste dat, dat wat overblijft niet alleen blindelings wordt gered, maar ook in de kijker wordt gezet!  Daarom zou de restauratie, de verfraaiing, de draconische bescherming van deze wijk in een stad die op dergelijke schaal in zichzelf snijdt, tegelijkertijd een frappant voorbeeld kunnen zijn van wat kan gedaan worden, zelfs vandaag nog, om te redden wat gered moet worden en om de uitnemende herwaardering van het patrimonium, dat iedereen toebehoort, te bevorderen: die van de schoonheid en van de cultuur.” Jean Tordeur pleitte vervolgens voor de oprichting van een nationaal en internationaal, cultureel en toeristisch geanimeerde zone.  Hiertoe raadde hij aan om gemeentelijke en nationale overheden, conservatoren en alle verantwoordelijken van de culturele en artistieke instellingen, samen te brengen.

De lezing van dit artikel heeft Daniel Janssen ertoe gebracht om zes gepassioneerden te verenigen, met name Jean Tordeur, Michel Didesheim, Alain Camu, Mickey Boël en, later, Pierre Laconte. De Kunstwijk werd gecreeërd en haar optreden georganiseerd met als doel verdere afbraak te stoppen en de verlevendiging en verdediging van de wijk te verzekeren.

De aangewezen manier om tot resultaten te komen is altijd de dialoog met de autoriteiten en met de promotoren geweest om te komen tot respectvolle voorstellen voor de wijk.  Hierin gesteund door een Raad van Beheer bestaande uit invloedrijke personaliteiten.  Elke vergadering van deze Raad geeft de gelegenheid om te luisteren naar gewichtige actoren in de ontwikkeling van de stad Brussel.

Sinds vijftig jaar is er gelukkig een verandering van mentaliteit : de waarde van het oude patrimonium wordt erkend en beter verdedigd, zelfs wanneer deze ommekeer verre van evident is geweest. Het leven van de “Kunstwijk” is geplaveid met strijd om de integriteit van het patrimonium in een stad, die evolueert, te verdedigen.  Men denke maar aan de polemiek die de bouw van het Museum voor Moderne Kunsten met zich meebracht.  Deze werd oorspronkelijk bedacht als een blok beton tussen de neo-klassieke gevels van het Museumplein en Old England.

Om de twee jaar kent de « Kunstwijk » een prijs toe.  Deze prijs bekroont een restauratie, de realisatie van een onroerend goed of een herbestemming die bijdraagt aan de esthetische, stedenbouwkundige en architecturale ontwikkeling van de stad Brussel of aan de levenskwaliteit.  Kregen zo al een prijs, het complex van ‘Bois Sauvage’, het gebouw van Old England, de archeologische site van de Coudenberg, de gevel van de kerk Sint-Jacob-op-Koudenberg, de stallen van het Egmontpaleis, het huisvestingscomplex van de Treurenberg en van de Bergstraat en tenslotte de openbare ruimte gelegen tussen de Zavel, de Miniemenstraat en de Regentschapstraat, …

De « Kunstwijk » heeft zich recent gericht op openbare ruimtes.  Zij is immers de initiatiefnemer van de renovatie van het Egmontpark geweest. Haar actie, in samenwerking met de stad, heeft het mogelijk gemaakt om de restauratieplannen van de tuinen te realiseren en om de werken te organiseren.  Dit werd mogelijk na financiering gevonden te hebben bij een particuliere onderneming.  Een beleidsplan van het park werd opgesteld om de oorspronkelijke staat van deze oase van rust in het hart van de stad te bewaren.

Verder heeft onze vereniging een aanpassingsplan voor de publieke ruimtes van de wijk opgesteld, die aan de autoriteiten van de Stad werden voorgesteld.  Deze beoogt het verbeteren en het veiligstellen van het voetgangersverkeer in de wijk en stimuleert de doorgang tussen de boven- en de benedenstad

Het Koningsplein zou het automobielverkeer gecentreerd in haar centrum dienen te zien ten voordele van zeer brede stoepen. Een voetgangersovergang zou het eenieder moeten mogelijk maken om rustig en veilig over te steken naar het Paleis. De ruimte tussen de Ravensteingalerij en het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) zou een ontmoetingsplek voor deze uitgelezen plek van cultuur kunnen worden.

Onvermijdelijk zal de verdeling van de publieke ruimte binnenskamers verdere reflectie over de duurzame ontwikkeling in onze wijk met zich meebrengen.